Ons assortiment
Referentienormen brandbestrijdingsmiddelen terug

Het KB "BIJLAGE 6 - Brandveiligheid in Industriegebouwen" is verschenen in het Belgisch Staatsblad op 15 juli 2009
 

49396 MONITEUR BELGE - 15.07.2009 - Ed. 2 - BELGISCH STAATSBLAD

5 ACTIEVE BRANDBEVEILIGING
5.1 Algemeenheden
Het ontwerp, de uitvoering, het gebruik en het nazicht van de actieve brandbeveiligingsinstallaties voldoen aan de regels van goed vakmanschap
en aan de geldende normen terzake.
De actieve brandbeveiligingsinstallaties zijn daarbij zo uitgevoerd dat de verschillende componenten onderling compatibel zijn. Zij werken in
synergie zodat de werking of het defect van een component, de werking van de andere installaties en componenten niet in het gedrang brengt.
De actieve brandbeveiligingsinstallaties worden op regelmatige tijdstippen nagekeken en onderhouden door een ter zake bevoegd
organisme of persoon.

5.4 Automatische blusinstallatie
Wanneer een industriegebouw of een compartiment uitgerust is met een algemene automatische blusinstallatie, beantwoordt deze aan de
volgende voorwaarden.
1° De automatische blusinstallatie voldoet aan de regels van goed vakmanschap.
2° De installatie wordt gecontroleerd bij de indienststelling en vervolgens jaarlijks. Voor sprinklerinstallaties gebeurt de controle
zesmaandelijks. Die controle wordt uitgevoerd door een controleinstelling geaccrediteerd overeenkomstig de wet van 20 juli 1990
betreffende de accreditatie van instellingen voor de conformiteitsbeoordeling of volgens een gelijkwaardige erkenningprocedure van een
andere Lidstaat van de Europese Gemeenschap of van Turkije of uit een E.V.A.-land dat partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese
Economische Ruimte.

7.4 Veiligheidssignalering en -verlichting
De uitgangen, ontruimingswegen en brandbeveiligingsmiddelen worden aangeduid met goed waarneembare en herkenbare signalisatie
die voldoet aan de bepalingen betreffende de veiligheids- en gezondheidssignalering op het werk. Ze worden uitgerust met een veiligheidsverlichting.
Het volgnummer van elke bouwlaag is duidelijk aangebracht op de overlopen en in ontruimingswegen ter hoogte van trappen en liften.

8.2 Blusmiddelen en bluswatervoorziening
In het industriegebouw moeten ten behoeve van de eerste interventieploegen en de gebruikers gepaste en voldoende (draagbare en
mobiele) blusmiddelen zijn voorzien die mogelijk maken om een begin van brand snel te blussen. De keuze en de plaatsing van de draagbare
en mobiele blustoestellen dient te beantwoorden aan de regels van goed vakmanschap ter zake.
Daarnaast kan de brandweer verzoeken om voor de brandbestrijding door de brandweer specifieke blusmiddelen ter beschikking te houden.
Het kan daarbij gaan om grote hoeveelheden (die de brandweer niet ter beschikking heeft) of specifieke brandblusmiddelen, aangepast aan het
aanwezige risico.

De bluswatervoorziening wordt onderverdeeld in drie verschillende
soorten bronnen :
- de primaire bluswatervoorziening die snel inzetbaar is door het eerste voertuig dat ter plaatse komt en dient voor een eerste aanval
(bv. het openbaar leidingnet met onder- of bovengrondse hydranten);
- de secundaire bluswatervoorziening die mogelijk iets verder van het industriegebouw gelegen is en waarbij het langer duurt om aan te
sluiten en die de brandweer voldoende tijd moet bieden om de tertiaire bluswatervoorziening operationeel te krijgen (bv. een grotere waterleiding
op enkele honderden meters of een waterreservoir op het industriegebied);
- de tertiaire bluswatervoorziening die voorziet in een quasi onbeperkte hoeveelheid bluswater maar mogelijk op grotere afstand
ligt (bv. een kanaal op enkele kilometers).
De primaire bluswatervoorziening is meestal te voorzien op niveau van het perceel en bestaat doorgaans uit het openbaar net waarop
ondergrondse en bovengrondse hydranten zijn aangesloten. Deze dient minimaal te beantwoorden aan de voorschriften van de ministeriële
omzendbrief van 14 oktober 1975 betreffende de watervoorraden voor het blussen van branden. Deze bluswatervoorziening moet snel kunnen
worden ingezet. Daartoe mogen de hydranten zich niet te ver van de opstelplaatsen bevinden (max. 15 m).
De secundaire bluswatervoorziening kan worden voorzien op niveau van een bedrijventerrein, waarbij een gemeenschappelijke bluswatervoorraad
redelijk snel door de brandweer kan worden gebruikt. Deze voorraad dient voldoende groot te zijn om gedurende de tijdspanne
nodig voor het aanboren van de tertiaire bluswatervoorziening ten minste 90 m3/h ofwel 1 500 l/min te leveren. De secundaire bluswatervoorziening
kan enkele honderden meters ver van het industriegebouw liggen, maar niet te ver zodat het water nog met een eenvoudige opstelling bestaande uit een haler en een blusser tot aan het industriegebouw kan worden gebracht.
Meestal is nog een tertiaire bluswatervoorziening noodzakelijk die de rest van het benodigde bluswater kan leveren nodig om een volontwikkelde
brand onder controle te krijgen. De volgende figuur geeft een indicatie van het debiet in functie van de oppervlakte van het grootste
compartiment en de klasse waartoe het compartiment behoort. 

In het industriegebouw zijn voldoende aangepaste blusmiddelen aanwezig. De aard en de hoeveelheid worden in overleg met de
territoriaal bevoegde brandweer bepaald door de exploitant in functie van de aard en de omvang van het brandrisico.

In de onmiddellijke nabijheid van het industriegebouw beschikt de brandweer over een primaire bluswatervoorziening die snel door de
brandweer kan gebruikt worden.
Deze primaire bluswatervoorziening kan, in overleg met de brandweer, aangevuld worden met een secundaire en eventueel tertiaire bluswatervoorziening.

8.3 Monodisciplinaire interventieplannen
Indien de territoriaal bevoegde brandweer daarom verzoekt, dient de exploitant van het industriegebouw de nodige informatie ter beschikking
te stellen van de brandweer voor de opmaak van een interventieplan voor het industriegebouw.
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 1 maart 2009 tot wijziging van het koninklijk besluit van 7 juli 1994 tot vaststelling van
de basisnormen voor de preventie van brand en ontploffing waaraan de nieuwe gebouwen moeten voldoen.


ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Binnenlandse Zaken,
G. DE PADT


terug

 
webdesign by
© 2009 - www.mediprof.be